ECLI:NL:GHDHA:2013:3212
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep kort geding
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid voorzieningenrechter inzake betaling voorschot op contractuele tegenprestatie
Alres Products B.V. en DeF, een Poolse producent van schilderstoebehoren, hadden een langdurige samenwerking waarbij Alres posters en doeken afnam. Na een geschil over een betaling van €368.364,81 en een aansprakelijkstelling van €2.982.699,81, legde Alres conservatoir beslag bij een derde partij in Nederland. Alres vorderde in kort geding betaling van een voorschot en schadevergoeding.
De voorzieningenrechter in Rotterdam verklaarde zich onbevoegd om van de vordering kennis te nemen. Alres ging in hoger beroep tegen deze onbevoegdheidsuitspraak en stelde dat de Nederlandse rechter wel bevoegd was op grond van art. 31 EEX Pro-Verordening en art. 13 Rv Pro.
Het hof oordeelde dat de EEX-Verordening dwingend en uitputtend is en dat de Nederlandse rechter geen bevoegdheid ontleent aan zijn nationale recht omdat de Poolse rechter bevoegd is. Ook voldeed de vordering niet aan het reële band-vereiste van art. 31 EEX Pro-Verordening omdat het gevorderde bedrag niet beperkt was tot vermogensbestanddelen binnen de territoriale bevoegdheid van de Nederlandse rechter. Het hof bekrachtigde het vonnis van de voorzieningenrechter en veroordeelde Alres in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de voorzieningenrechter en verklaart deze onbevoegd om kennis te nemen van de vordering tot betaling van een voorschot.