ECLI:NL:GHARN:2012:BZ0247
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Wijziging omgangsregeling vader met kind 2 en niet-ontvankelijkheid verzoek omgang kind 1
De zaak betreft een geschil tussen ouders over de omgangsregeling met hun minderjarige kinderen, kind 1 en kind 2. De vader verzocht om uitbreiding van de omgangsregeling met beide kinderen, terwijl de moeder dit betwistte. De rechtbank had eerder een omgangsregeling vastgesteld voor kind 2, maar niet voor kind 1.
Het hof oordeelt dat het verzoek van de vader met betrekking tot kind 1 een zelfstandig tegenverzoek betreft dat niet voor het eerst in hoger beroep kan worden gedaan, waardoor hij hiervoor niet-ontvankelijk is. Voor kind 2 bestaat wel voldoende connexiteit met het verzoek van de moeder, zodat dit verzoek in behandeling wordt genomen.
Het hof stelt een omgangsregeling vast waarbij kind 2 eenmaal per drie weken op zondag bij de vader verblijft en tijdens vakanties, waarbij de gezinsvoogd de frequentie en duur bepaalt. Het belang van kind 2 bij rust en het vermijden van spanning weegt zwaarder dan het belang van de vader bij frequente omgang. Tevens wordt een dwangsom opgelegd om naleving af te dwingen.
De kosten van het hoger beroep worden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt. Het verzoek van de vader tot uitbreiding van de omgang met kind 1 wordt afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid.
Uitkomst: Het hof wijzigt de omgangsregeling met kind 2 en verklaart het verzoek tot uitbreiding van de omgang met kind 1 niet-ontvankelijk.