ECLI:NL:GHARN:2012:BY8176
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vergrijpboete loonbelasting ondanks financiële situatie en strafrechtelijke veroordeling
Belanghebbende kreeg een vergrijpboete opgelegd van €145.624 voor onjuiste loonbelastingaangiften over de jaren 2003 tot en met 2005. Na bezwaar en beroep werd deze boete gematigd tot €109.218 vanwege overschrijding van de redelijke termijn. Belanghebbende stelde hoger beroep in tegen deze matiging en voerde aan dat rekening gehouden moest worden met haar negatieve financiële situatie en de strafrechtelijke veroordeling over het jaar 2006.
Het hof stelde vast dat het negatieve eigen vermogen van belanghebbende volledig werd veroorzaakt door de naheffingsaanslagen en dat dit geen reden gaf tot verdere matiging van de boete. Ook het beroep op het evenredigheidsbeginsel vanwege de strafrechtelijke veroordeling werd verworpen, omdat de ernst, duur en verwijtbaarheid van het gedrag een passende boete vereisten.
Het hof concludeerde dat de vergrijpboete passend en geboden was en bevestigde het vonnis van de rechtbank. Er werden geen proceskosten aan belanghebbende toegekend. Tegen deze uitspraak kan cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Het hof bevestigt de vergrijpboete van €109.218 en wijst het hoger beroep af.