ECLI:NL:GHARN:2012:BY1918
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling onderneming en aftrekposten bij verliesgevende fietsenhandel
Belanghebbende voerde een detailhandel in fietsen zonder omzet en met jarenlange verliezen. De Inspecteur erkende het urencriterium maar betwistte dat sprake was van een onderneming en wees zelfstandigenaftrek, MKB-winstvrijstelling en reisaftrek af. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna belanghebbende hoger beroep instelde.
Het hof stelde vast dat voor het bestaan van een onderneming drie cumulatieve voorwaarden gelden: deelname aan het economische verkeer, het oogmerk om voordeel te behalen en een redelijke verwachting dat dit voordeel ook kan worden behaald. Gezien het ontbreken van omzet sinds 2001, de negatieve resultaten en het ontbreken van een vergunning voor verkoop vanuit de bedrijfsruimte, oordeelde het hof dat niet aan deze voorwaarden was voldaan.
Daarmee was de fietsenhandel geen bron van inkomen en bestond geen recht op zelfstandigenaftrek en MKB-winstvrijstelling. Ook de reisaftrek werd afgewezen omdat belanghebbende niet met het openbaar vervoer naar zijn werk reisde. Het hof verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.