ECLI:NL:GHARN:2012:BY1803
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- S.M. Evers
- G.J. Rijken
- J.P. Balkema
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bepaalt hoofdverblijfplaats kind bij vader met zorgverdeling en overgangsperiode
In hoger beroep heeft het gerechtshof Arnhem de hoofdverblijfplaats van het kind vastgesteld bij de vader, waarbij de zorg- en opvoedingstaken worden verdeeld volgens het advies van de Raad voor de Kinderbescherming. Het kind verblijft de ene week van vrijdagmiddag tot maandagochtend bij de moeder en de andere week van woensdagmiddag tot donderdagochtend, met een gelijkmatige verdeling van feestdagen en vakanties.
De Raad voor de Kinderbescherming had geadviseerd vanwege de gespannen situatie tussen de ouders en de sociaal-emotionele problematiek van het kind, dat stabiliteit en rust noodzakelijk zijn. De moeder had emotionele bezwaren tegen het verblijf van het kind bij de vader, maar het hof oordeelde dat het rapport van de raad zorgvuldig tot stand was gekomen en dat het belang van het kind voorop staat.
Het hof wees een overgangsperiode van maximaal twee maanden toe om de verhuizing van het kind op een verantwoorde wijze te laten verlopen. Tevens werd het verzoek van de moeder om een contra-expertise op grond van artikel 810a lid 1 Rv afgewezen vanwege het belang van het kind bij rust en duidelijkheid.
De bijdrage van de vader in de kosten van verzorging en opvoeding van het kind komt te vervallen per de datum van de hoofdverblijfplaatswijziging. De proceskosten in beide instanties worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof bepaalt dat het kind per 1 december 2012 zijn hoofdverblijfplaats bij de vader heeft met een zorgverdeling conform het advies van de raad.