ECLI:NL:GHARN:2012:BX7767
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling feitelijke beschikkingsmacht over alcoholhoudende dranken in accijnszaken
Belanghebbende was aandeelhouder en bestuurder van vennootschappen die betrokken waren bij de handel in alcoholhoudende dranken en sigaretten. Over het tijdvak van 1997 tot 2000 werd een naheffingsaanslag opgelegd wegens niet-betaalde accijnzen. Na bezwaar en beroep werd de aanslag verminderd, maar de Hoge Raad vernietigde het hofarrest en verwees de zaak terug naar het Gerechtshof Arnhem.
Het Hof onderzocht of belanghebbende feitelijke beschikkingsmacht had over de alcoholhoudende dranken, zoals vereist voor het voorhanden hebben in de zin van artikel 2f van de Wet op de accijns. Uit verklaringen en onderzoek bleek dat belanghebbende samen met derden afspraken had gemaakt over de aankoop en levering van de dranken en dat deze daadwerkelijk aanwezig waren.
Belanghebbende kon het vermoeden van feitelijke beschikkingsmacht niet voldoende ontkrachten. Het Hof concludeerde daarom dat belanghebbende de alcoholhoudende dranken voorhanden heeft gehad en bevestigde de vermindering van de naheffingsaanslag tot €429.036. Proceskosten werden niet aan belanghebbende opgelegd.
Uitkomst: Het Gerechtshof Arnhem vermindert de naheffingsaanslag tot €429.036 wegens feitelijke beschikkingsmacht van belanghebbende over de alcoholhoudende dranken.