ECLI:NL:GHARN:2012:BX6581
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verjaring niet gestuit door stuitingsverklaringen in aannemingsovereenkomst
In deze civiele zaak stond centraal of de vorderingen van Y jegens X, gebaseerd op een aannemingsovereenkomst voor de verbouwing van een monumentale boerderij, waren verjaard. Na gebreken aan de boerderij in 2006 stelde Y X aansprakelijk en stuurde diverse brieven ter stuiting van de verjaring. X betwistte de aansprakelijkheid en voerde verjaring aan.
De rechtbank Zutphen verwierp het verjaringsberoep en stelde tussentijds hoger beroep open. Het hof bevestigde dit oordeel en oordeelde dat de aansprakelijkstellingen en latere brieven, waaronder een brief van 5 maart 2007 aan de advocaat van X en een brief van 24 december 2008, ondubbelzinnige stuitingsverklaringen vormden in de zin van artikel 3:317 lid 1 BW Pro.
Het hof overwoog dat X redelijkerwijs moest begrijpen dat Y zich zijn recht op nakoming voorbehield, waardoor de verjaring werd gestuit. Het beroep van X op verjaring faalde derhalve. Tevens werd het verweer van X dat de vordering in reconventie op verjaring was gebaseerd, verworpen. Het hof bekrachtigde de vonnissen van de rechtbank en veroordeelde X in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat de vorderingen van Y niet zijn verjaard en wijst het verjaringsverweer van X af.