ECLI:NL:GHARN:2012:BX6105
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tussentijdse verdeling nalatenschap wegens onvoltooide vereffening
Partijen zijn verwikkeld in een langdurige procedure over de verdeling van de nalatenschappen van hun ouders. Appellanten vorderden in hoger beroep dat geïntimeerde zou worden veroordeeld tot medewerking aan een tussentijdse verdeling van bijna €600.000,-- contanten die bij een notaris zijn geparkeerd. Zij wensen deze gelden snel te ontvangen om ze lucratiever te beleggen.
Geïntimeerde betoogde dat de nalatenschappen waarschijnlijk omvangrijker zijn dan bekend, onder meer vanwege een niet-geopenbaarde bankrekening en een schuld van appellanten aan de nalatenschap. Zij vreesde dat tussentijdse uitkering het verhaal op die schuld zou belemmeren. Het hof overwoog dat zolang de vereffening van de nalatenschap niet is voltooid, een tussentijdse verdeling op grond van artikel 4:222 BW Pro niet mogelijk is.
Het hof oordeelde dat de belangenafweging uitviel in het nadeel van appellanten en dat de vordering tot medewerking aan tussentijdse verdeling niet toewijsbaar is. Ook vorderingen tot beslagverbod, beslagopheffing en dwangsom faalden omdat ze daarmee samenhingen. De proceskosten werden gecompenseerd en het vonnis van de rechtbank Zutphen van 25 augustus 2010 werd bekrachtigd.
Uitkomst: De vordering tot medewerking aan tussentijdse verdeling van contante gelden wordt afgewezen omdat de vereffening van de nalatenschap nog niet is voltooid.