ECLI:NL:GHARN:2012:BX2680
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- K.M. Makkinga
- R.E. Weening
- R.Ch. Verschuur
- Rechtspraak.nl
Bevestiging erfdienstbaarheid uitweg en afwijzing opheffing wegens onvoorziene omstandigheden
In deze zaak staat de erfdienstbaarheid van uitweg centraal tussen appellant en geïntimeerde. Appellant betwistte dat de weg geheel op zijn grond lag en vorderde een verklaring voor recht dat er geen erfdienstbaarheden rusten ten behoeve van het perceel van geïntimeerde. Het hof oordeelde dat de rechtbank terecht had geoordeeld dat de weg niet geheel op de grond van appellant ligt en dat uit de notariële akte van 1935 blijkt dat er een recht van uitweg bestaat ten behoeve van geïntimeerde.
Appellant stelde voorts dat geïntimeerde onrechtmatig een tweede uitweg had aangelegd en de erfdienstbaarheid onnodig had verzwaard. Na een plaatsopneming concludeerde het hof dat de oude toegangsweg niet meer toegankelijk is vanwege een oude eik en dat de tweede uitrit geen verzwaring oplevert. Het verzet van appellant tegen het gebruik van de weg door geïntimeerde werd ongegrond verklaard.
Ten slotte vorderde appellant de opheffing van de erfdienstbaarheid op grond van onvoorziene omstandigheden en redelijkheid en billijkheid. Het hof overwoog dat op grond van de overgangswet artikel 165 Ow Pro het beroep op wijziging of opheffing beperkt is en dat de erfdienstbaarheid niet kan worden opgeheven omdat de gestelde omstandigheden onvoldoende zijn. De vordering tot opheffing werd afgewezen en het vonnis van de rechtbank bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof wijst de vordering tot opheffing van de erfdienstbaarheid af en bevestigt het recht van uitweg ten behoeve van geïntimeerde.