ECLI:NL:GHARN:2012:BX2008
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging verlenging ondertoezichtstelling minderjarige ondanks verblijf in Rusland
De zaak betreft een hoger beroep van de moeder tegen de beschikking van de kinderrechter die de ondertoezichtstelling van haar minderjarige kind verlengde. De moeder betwistte de bevoegdheid van de Nederlandse rechter omdat het kind sinds januari 2012 tijdelijk bij grootouders in Rusland verblijft en Rusland geen partij is bij de Verordening Brussel IIbis.
Het hof oordeelde dat de Nederlandse rechter bevoegd blijft op grond van artikel 8 en Pro 10 van de Verordening Brussel IIbis en het perpetuatio fori-beginsel, aangezien de procedure in eerste aanleg in Nederland is gestart en het kind zijn gewone verblijfplaats in Nederland heeft. De moeder had onvoldoende gemotiveerd dat de gronden voor ondertoezichtstelling niet langer aanwezig zijn.
Uit psychologisch onderzoek blijkt dat het kind een disharmonisch intelligentieprofiel heeft, problemen op school en in de primaire steungroep, en dat speciaal onderwijs noodzakelijk is. De moeder had het kind zonder toestemming naar Rusland gebracht uit vrees voor uithuisplaatsing en vanwege onderwijsproblemen.
Het hof acht het niet in het belang van het kind dat hij nu zijn moeder, vader en vertrouwde omgeving mist en benadrukt de noodzaak van professionele hulpverlening. De bestreden beschikking wordt daarom bekrachtigd en de verlenging van de ondertoezichtstelling gehandhaafd.
Uitkomst: De verlenging van de ondertoezichtstelling wordt bekrachtigd en de Nederlandse rechter is bevoegd ondanks tijdelijk verblijf van het kind in Rusland.