ECLI:NL:GHARN:2012:BX1918
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beslissing over eenhoofdig gezag en hoofdverblijfplaats kind na verhuizing moeder
In deze zaak staat het geschil tussen de ouders over het gezag en de hoofdverblijfplaats van hun kind centraal, na de verhuizing van de moeder naar een woonplaats op circa 180 kilometer afstand van de vader. De vader verzoekt het hof om het eenhoofdig gezag aan hem toe te kennen en het kind bij hem te laten verblijven indien de moeder niet binnen een straal van 70 kilometer rond zijn woonplaats woont.
De moeder heeft zonder toestemming van de vader verhuisd en verzoekt om achteraf vervangende toestemming voor deze verhuizing. Het hof oordeelt dat de verhuizing niet in het belang van het kind en de vader is, mede omdat de afstand de omgang tussen vader en kind ernstig bemoeilijkt. De moeder had een geringere belangenafweging ten opzichte van de vader en het kind.
Het hof wijst het verzoek van de vader tot eenhoofdig gezag af omdat er geen onaanvaardbaar risico is dat het kind klem raakt tussen de ouders en de omgangsregeling goed functioneert. Het hof bepaalt dat het kind zijn hoofdverblijfplaats bij de moeder behoudt, tenzij zij niet binnen 70 kilometer van de vader woont. In dat geval wordt de hoofdverblijfplaats bij de vader vastgesteld voor de duur dat de moeder buiten deze straal woont.
De beschikking van de rechtbank wordt vernietigd voor zover het de hoofdverblijfplaats betreft en met verbetering van gronden bekrachtigd voor het overige. Het verzoek van de moeder om vervangende toestemming voor de verhuizing wordt afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek van de vader tot eenhoofdig gezag wordt afgewezen en het kind behoudt zijn hoofdverblijfplaats bij de moeder, tenzij zij niet binnen 70 kilometer van de vader woont.