ECLI:NL:GHARN:2012:BX1289
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering betaling resterende huurtermijnen wegens redelijkheid en billijkheid
Het Gerechtshof Arnhem behandelde een hoger beroep over een vordering tot betaling van resterende huurtermijnen voor een woning gehuurd door geïntimeerde van appellant. De huurovereenkomst was schriftelijk vastgelegd voor twaalf maanden zonder tussentijdse opzegmogelijkheid. Geïntimeerde had de woning op 8 maart 2010 verlaten, terwijl de huur officieel doorliep tot 1 november 2010.
Appellant vorderde betaling van de resterende huur, maar het hof oordeelde dat de omstandigheden waaronder de huurovereenkomst was aangegaan en beëindigd, waaronder het feit dat het een noodoplossing betrof tussen ex-partners en de persoonlijke situatie van geïntimeerde, meebrachten dat het onaanvaardbaar was appellant aan strikte naleving van de huurovereenkomst te houden. De stelling dat geïntimeerde de huur tussentijds had opgezegd en appellant hiermee had ingestemd, werd door het hof verworpen wegens onvoldoende bewijs.
Het hof nam de stellingen van geïntimeerde over haar persoonlijke omstandigheden, de relatie met appellant, en de bedreigingen die zij ontving serieus. De redelijkheid en billijkheid maakten dat de vordering van appellant werd afgewezen. De bestreden vonnissen werden bekrachtigd en appellant werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: De vordering tot betaling van resterende huurtermijnen wordt afgewezen vanwege de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid.