ECLI:NL:GHARN:2012:BW9491
Gerechtshof Arnhem
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep op vergoeding kosten rechtsbijstand na beëindiging strafzaak zonder strafoplegging
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de beschikking van de rechtbank Utrecht die een vergoeding van €9.958,81 toekende voor kosten van rechtsbijstand in een strafzaak die eindigde zonder strafoplegging.
Het hof overweegt dat alleen de kosten die bij het inleidende verzoek zijn gepresenteerd en aan de rechtbank zijn voorgelegd in aanmerking kunnen worden genomen. Nieuwe facturen die pas in hoger beroep zijn ingebracht, worden niet meegenomen. Het hof acht het door de raadsman gehanteerde uurtarief en de gedeclareerde uren deels bovenmatig en past het beleid toe waarbij reistijd slechts voor de helft wordt vergoed.
De vergoeding wordt vastgesteld op €9.500,- voor de kosten van rechtsbijstand en €810,- voor het indienen en behandelen van het verzoekschrift, tezamen €10.361,60. De beschikking van de rechtbank wordt vernietigd en het bedrag wordt uit 's Rijks kas aan appellant toegekend.
Uitkomst: Het hof kent appellant een vergoeding van €10.361,60 toe voor kosten rechtsbijstand en vernietigt de eerdere beschikking.