ECLI:NL:GHARN:2012:BW7842
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling waardering deelneming en toepassing artikel 28b Wet Vpb bij beleggingsmaatschappij
Belanghebbende, een Nederlandse besloten vennootschap, had over 2004 een negatieve belastbare winst opgegeven. De Belastingdienst corrigeerde dit met toepassing van artikel 28b van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969, waarbij niet-gerealiseerde koerswinsten op een deelneming in A B.V. werden meegenomen.
In hoger beroep stond centraal of A B.V. als beleggingsmaatschappij kwalificeert en of niet-gerealiseerde winsten bij de winstbepaling moeten worden betrokken. Tevens werd onderzocht of deze waarderingsmethode in strijd is met het non-discriminatiebeginsel van de Belastingregeling voor het Koninkrijk of met de vrijheid van vestiging uit het EG-verdrag.
Het Hof bevestigde de rechtbankuitspraak dat A B.V. geen actieve financieringswerkzaamheden verrichtte en dat artikel 28b Wet Vpb van toepassing is. De waardering moet plaatsvinden op de waarde in het economische verkeer, inclusief niet-gerealiseerde winsten, conform de wetsgeschiedenis. Het Hof oordeelde dat er geen sprake is van discriminatie of belemmering van de vestigingsvrijheid, mede omdat de situatie binnen Nederland vergelijkbaar wordt behandeld.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aanslag vennootschapsbelasting inclusief correctie wordt bevestigd.