ECLI:NL:GHARN:2012:BW2558
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verjaring en nieuwe rechtsvordering in geschil over melkquotum en schadevergoeding
Deze zaak betreft een geschil tussen appellant en VGK over de verdeling van opbrengsten van een melkquotum en een schadevergoeding gerelateerd aan een zogenaamd zuurquotum. Na eerdere procedures bij rechtbank en hof, en een vernietiging door de Hoge Raad, oordeelt het hof Arnhem nu over het verjaringverweer van VGK en de inhoud van de gestelde mondelinge overeenkomst.
Appellant vorderde een bedrag van ƒ 371.666, primair gebaseerd op een mondelinge overeenkomst tussen hem, een derde partij en VGK, en subsidiair op schadevergoeding. De rechtbank en het hof wezen deze vorderingen af. De Hoge Raad vernietigde het hofarrest omdat het hof de Haviltexmaatstaf niet correct toepaste en het verjaringverweer onterecht aannam.
Na verwijzing oordeelt het hof dat appellant bij memorie van grieven in 2006 een nieuwe rechtsvordering heeft ingesteld die gebaseerd is op een gewijzigde juridische grondslag, namelijk nakoming van een overeenkomst met VGK. Omdat deze vordering pas in 2006 is ingesteld en de vordering al in 1997 opeisbaar was, is deze vordering ruimschoots verjaard. Het hof bekrachtigt daarom de eerdere vonnissen en veroordeelt appellant in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering van appellant is verjaard en wordt afgewezen; eerdere vonnissen worden bekrachtigd.