ECLI:NL:GHARN:2012:BW0095
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- H. Wammes
- H.C. Frankena
- G.P.M. van den Dungen
- Rechtspraak.nl
Uitleg vergoedingsregeling bij tussentijdse beëindiging koorlidmaatschap Urker Mannen Ensemble
De stichting Urker Mannen Ensemble (UME) en een koorlid sloten een driejarige overeenkomst voor artistieke medewerking met een vergoeding van €100 per concert, opgespaard en uitbetaald na afloop van het boekjaar. Het geschil betrof de uitleg van de vergoedingsregeling bij tussentijdige beëindiging van het lidmaatschap.
UME stelde dat bij voortijdig vertrek de aanspraak op alle opgebouwde en uitbetaalde vergoedingen verviel, terwijl het koorlid betoogde dat alleen toekomstige vergoedingen verloren gingen. Het hof oordeelde dat de regeling onduidelijk was en dat bij twijfel de voor de koorlid gunstigste uitleg geldt.
Het hof concludeerde dat de vergoeding voor reeds verrichte prestaties moet worden betaald en dat de vervallen vergoeding alleen betrekking heeft op toekomstige vergoedingen die aan de vervanger toekomen. De vordering van UME tot weigering van betaling werd afgewezen en het vonnis van de kantonrechter werd bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en oordeelt dat de aanspraak op reeds opgebouwde vergoeding niet vervalt bij tussentijdse beëindiging.