ECLI:NL:GHARN:2012:BV3432
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- P.L.R. Wefers Bettink
- M.F.J.N. van Osch
- W. Duitemeijer
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over geldigheid en bewijs van proeftijdbeding in arbeidsovereenkomst
In deze civiele zaak staat centraal of tussen appellant en Hodal B.V. een rechtsgeldig proeftijdbeding van twee maanden is overeengekomen. Appellant betwist dit en voert aan dat het schriftelijkheidsvereiste niet is nageleefd en dat de bewijswaardering van de kantonrechter onjuist is geweest.
Het hof stelt vast dat de CAO Schoonmaak- en Glazenwassersbedrijf van toepassing is, waarin een proeftijd van twee maanden is opgenomen en algemeen verbindend is verklaard. Dit betekent dat de proeftijd ambtshalve geldt, tenzij in de individuele arbeidsovereenkomst anders is overeengekomen. Appellant beroept zich op het feit dat in zijn arbeidsovereenkomst het proeftijdbeding is doorgestreept, wat volgens hem betekent dat geen proeftijd geldt.
Het hof overweegt dat de arbeidsovereenkomst een onderhandse akte is die dwingend bewijs oplevert voor de inhoud, maar dat tegenbewijs mogelijk is. Hodal heeft tegenbewijs aangeboden door getuigen te laten horen. Het hof besluit daarom een comparitie van partijen en een getuigenverhoor te gelasten om dit tegenbewijs en het door appellant te leveren bewijs te beoordelen. De zaak wordt aangehouden voor deze verdere bewijslevering.
Uitkomst: Het hof gelast een comparitie en getuigenverhoor om bewijs over de geldigheid van het proeftijdbeding te leveren en houdt verdere beslissing aan.