ECLI:NL:GHARN:2012:BV1419
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- A.H. Garos
- G.M. van der Meer
- H. van Lokven-van der Meer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek moeder tot vervangende toestemming verhuizing minderjarige
De moeder verzocht het gerechtshof Arnhem om vervangende toestemming om met haar minderjarige kind te verhuizen naar een andere woonplaats, omdat zij en het kind inmiddels verhuisd zijn. Partijen hadden gezamenlijk gezag over het kind en waren het niet eens over de verhuizing. De rechtbank had eerder het verzoek afgewezen, maar in een latere beschikking toestemming verleend. Het hof moest beoordelen of er sprake was van gewijzigde omstandigheden sinds de eerdere beschikking.
Het hof oordeelde dat de moeder zich voldoende had ingespannen om werk te vinden in de oorspronkelijke woonplaats, maar dit niet was gelukt. Zij had inmiddels werk gevonden in de nieuwe woonplaats en er was een nieuw kind geboren uit haar relatie met een nieuwe partner. Desondanks vond het hof dat de moeder onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de verhuizing noodzakelijk was en dat haar partner gebonden was aan die woonplaats.
Het hof hield rekening met het belang van het kind, dat volgens een psycholoog heimwee had en chronische buikklachten ontwikkelde door het loyaliteitsconflict tussen de ouders. De verhuizing zou de intensieve zorgregeling en het contact met de vader belemmeren, wat niet in het belang van het kind werd geacht. Daarom wees het hof het verzoek af en herstelde de eerdere beschikking dat het hoofdverblijf bij de moeder blijft zolang zij in de oorspronkelijke omgeving woont. Tevens werd een omgangsregeling vastgesteld waarbij het kind drie van de vier weekenden bij de moeder verblijft en het vierde weekend bij de vader, met zorg voor het halen en brengen in onderling overleg.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek van de moeder tot vervangende toestemming voor verhuizing met het kind af en herstelt de eerdere beschikking over het hoofdverblijf en de zorgregeling.