ECLI:NL:GHARN:2012:BV0872
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Berekening van de rekenrente voor omzetting levenslange lijfrente in tijdelijke lijfrente
In deze zaak stond de vraag centraal welke rekenrente toegepast moet worden bij de berekening van een tijdelijke lijfrente die is omgezet uit een levenslange lijfrente. De eiser, voormalig ondernemer, had zijn onderneming overgedragen en een lijfrenteovereenkomst gesloten waarbij een bedrag van € 75.000 werd aangewend voor een levenslange oudedagslijfrente. Later wilde hij deze omzetten in een tijdelijke lijfrente met hogere maandelijkse uitkeringen.
De discussie betrof de hoogte van de rekenrente die gebruikt moest worden bij de actuariële berekening van de tijdelijke lijfrente. Eiser stelde dat een rekenrente van 6% van toepassing was, terwijl de verweerders en deskundigen een rekenrente van 4% aanhielden, conform de oorspronkelijke overeenkomst en marktpraktijk.
Het hof oordeelde dat er geen duidelijke afspraak was over het gebruik van 6% rekenrente voor de tijdelijke lijfrente en dat de redelijke actuariële rekenrente van 4% per 1 december 2008 gehanteerd moest worden. Dit leidde tot een lagere maandelijkse uitkering dan eiser had gevorderd. Het hof vernietigde het vonnis van de kantonrechter en veroordeelde de verweerders tot betaling van een aangepast bedrag met wettelijke rente, waarbij de proceskosten werden gecompenseerd.
Uitkomst: Het hof bepaalt dat bij de berekening van de tijdelijke lijfrente een rekenrente van 4% gehanteerd moet worden en veroordeelt appellanten tot betaling van € 4.005 plus wettelijke rente.