ECLI:NL:GHARN:2011:BV0331
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- A.W. Steeg
- Th.C.M. Willemse
- I.E. van Wijland-Kalkman
- Rechtspraak.nl
Overdraagbaarheid van voorkeursrecht bij bedrijfsopvolging en bewijs van persoonlijke aard
In deze civiele zaak bij het gerechtshof Arnhem stond de overdraagbaarheid van een voorkeursrecht centraal, dat was opgenomen in een akte van levering tussen appellant en wijlen X. De rechtbank had geoordeeld dat het voorkeursrecht persoonlijk was en niet overdraagbaar, omdat het kennelijk aan X was gegeven als bedrijfsopvolger. Het hof stelde echter dat deze hoedanigheid geen persoonlijke eigenschap is die overdracht uitsluit.
Partijen werden belast met het bewijs dat het voorkeursrecht vanwege zijn persoonlijke karakter niet overdraagbaar zou zijn of dat er een stilzwijgend of mondeling beding bestond dat overdracht uitsloot. Getuigenverklaringen van betrokkenen en familieleden werden gehoord, maar het hof oordeelde dat deze verklaringen onvoldoende bewijs leverden voor een dergelijke beperking van het recht.
Het hof concludeerde dat het voorkeursrecht overdraagbaar is en dat appellant daarop een beroep mag doen indien geïntimeerden hun woning willen verkopen. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en wees de verklaring voor recht en restitutievordering toe, terwijl de reconventionele vordering werd afgewezen. Tevens werden geïntimeerden veroordeeld in de proceskosten en nakosten.
Uitkomst: Het hof verklaart het voorkeursrecht overdraagbaar en wijst de verklaring voor recht toe aan appellant.