ECLI:NL:GHARN:2011:BU7567
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging uithuisplaatsing minderjarige na zelfmoordpoging in Egypte
De minderjarige [kind], geboren in 1994, werd in december 2008 door haar vader naar Egypte gestuurd, waar zij bij familie verbleef. Tijdens een vakantie in Nederland gaf zij aan niet terug te willen keren vanwege ernstige isolatie, depressie en zelfmoordpogingen in Egypte. De kinderrechter verleende een voorlopige ondertoezichtstelling en een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing in een crisisvoorziening.
De vader ging in hoger beroep tegen deze beschikking. Het hof nam kennis van rapportages en verklaringen, waaronder een brief van de minderjarige zelf. Uit het onderzoek bleek dat de minderjarige in de opvang geen zorgelijk gedrag vertoonde, maar wel kenmerken van een posttraumatische stressstoornis had en ernstig beschadigd vertrouwen in haar ouders, vooral haar vader.
Het hof oordeelde dat de angst en vertrouwensbreuk zodanig ernstig waren dat terugkeer naar de ouders op dit moment niet verantwoord was. De ouders waren niet in staat een veilig opvoedingsklimaat te bieden. Daarom werd de uithuisplaatsing voor de duur van de voorlopige ondertoezichtstelling bekrachtigd, met het advies aan de ouders om de gevoelens van onveiligheid te erkennen en het vertrouwen te herstellen.
Uitkomst: Het gerechtshof bekrachtigt de uithuisplaatsing van de minderjarige voor de duur van de voorlopige ondertoezichtstelling.