ECLI:NL:GHARN:2011:BU5814
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging machtiging uithuisplaatsing minderjarige in AWBZ-instelling
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige in een AWBZ-instelling terecht was verleend. De vader was tegen deze plaatsing en verzocht het hof de beschikking te vernietigen en de machtiging af te wijzen. De stichting en de moeder verzetten zich hiertegen en verzochten de beschikking te bekrachtigen.
De feiten betroffen een langdurige ondertoezichtstelling van de minderjarige, die sinds 2005 bij de vader woonde. Er was een conflict tussen de ouders over vermoedens van seksueel misbruik door de partner van de moeder, die door diverse onderzoeken niet werden bevestigd. De minderjarige vertoonde zorgelijk gedrag en een loyaliteitsconflict, wat haar ontwikkeling bedreigde. De stichting stelde dat uithuisplaatsing noodzakelijk was voor haar verzorging, opvoeding en diagnostiek.
Het hof overwoog dat de uithuisplaatsing noodzakelijk was in het belang van de minderjarige en dat de rechter gebonden was aan het indicatiebesluit van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) dat AWBZ-zorg voorschreef. Het verzoek van de vader om plaatsing in een reguliere jeugdzorginstelling werd afgewezen omdat dit niet binnen de ruimte van het indicatiebesluit viel.
Daarom bekrachtigde het hof de bestreden beschikking en compenseerde de kosten in hoger beroep. Het primaire verzoek van de vader werd afgewezen, waarmee de machtiging tot uithuisplaatsing ongewijzigd bleef.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de machtiging tot uithuisplaatsing in een AWBZ-instelling en wijst het hoger beroep van de vader af.