ECLI:NL:GHARN:2011:BU5783
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling geschil over WGA-premie startende kleine werkgever en wettelijke grondslag Besluit Wfsv
Belanghebbende, een startende kleine werkgever, maakte bezwaar tegen de vaststelling van de WGA-premie 2008 door de Inspecteur. Zij stelde dat bezwaar en beroep mogelijk moesten zijn tegen de uniforme premie, dat de wettelijke grondslag voor het Besluit Wfsv onvoldoende was en dat een negatieve WGA-premie moest worden vastgesteld wegens het ontbreken van WAO- of WGA-instroom.
De Rechtbank Arnhem verklaarde het bezwaar tegen het niet nemen van een beschikking uniforme premie niet-ontvankelijk en wees het beroep ongegrond. Het Gerechtshof bevestigt dit oordeel en overweegt dat de Wfsv als belastingwet moet worden beschouwd, waardoor alleen tegen belastingaanslagen of voor bezwaar vatbare beschikkingen beroep mogelijk is. De Inspecteur is niet verplicht een beschikking uniforme premie af te geven.
Verder oordeelt het Hof dat het Besluit Wfsv en de daarop gebaseerde ministeriële regelingen een voldoende wettelijke grondslag bieden voor de berekeningswijze van de WGA-premie, inclusief de opslag ter mitigering van de rentehobbel en de betrokkenheid van WAO-uitkeringen in de overgangsperiode. Het Hof wijst de stelling van belanghebbende dat de regelgeving het gelijkheidsbeginsel schendt af, aangezien de wetgever ruime beoordelingsvrijheid heeft en de gemaakte keuzes redelijk zijn.
Ten slotte wordt het verzoek tot vaststelling van een negatieve WGA-premie afgewezen, omdat de wetgever dit onwenselijk achtte en de delegatiebepalingen geen ruimte bieden voor negatieve percentages. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.