ECLI:NL:GHARN:2011:BU4513
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- V. van den Brink
- P.H. van Ginkel
- B.J. Lenselink
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering vergoeding en verwijdering persoonsgegevens na woninginbraak
Appellanten vorderden vergoeding van schade uit hoofde van hun inboedelverzekering wegens een vermeende woninginbraak op 11 december 2009 en verwijdering van hun persoonsgegevens uit het incidentenregister van Univé. De rechtbank Zutphen wees deze vorderingen af vanwege onvoldoende bewijs van de inbraak.
In hoger beroep handhaafde het hof dit oordeel. Het hof benadrukte dat appellanten de bewijslast dragen voor het plaatsvinden van de inbraak en dat hun stellingen onvoldoende waren onderbouwd, mede door tegenstrijdigheden en onbeantwoorde vragen over onder meer digitale fotodata, verklaringen over de herkomst van gestolen sieraden en het schadebeeld aan het pand.
Het hof oordeelde dat de verklaringen van appellanten niet samenhangend en overtuigend waren, waardoor de gestelde gebeurtenis onvoldoende aannemelijk was gemaakt. Ook de opname van de opzegging van de verzekering in het incidentenregister door Univé was gerechtvaardigd. Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en veroordeelde appellanten in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: De vorderingen van appellanten tot schadevergoeding en verwijdering van persoonsgegevens worden afgewezen en het vonnis van de rechtbank wordt bekrachtigd.