ECLI:NL:GHARN:2011:BT8635
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep kort geding
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep in kort geding over schoolkeuze en zorgregeling voor minderjarige dochter
In deze zaak stond de vraag centraal of de moeder de zorg- en opvoedingsregeling voor hun minderjarige dochter mocht wijzigen door haar op een andere school te laten inschrijven en de buitenschoolse opvang (BSO) te laten afzeggen. De vader had bij de voorzieningenrechter een vordering ingesteld om de oorspronkelijke zorgregeling en schoolkeuze te handhaven.
De voorzieningenrechter had de moeder bevolen mee te werken aan de zorgregeling en schoolkeuze in de woonplaats van de vader, met een dwangsom bij niet-naleving. De moeder ging hiertegen in hoger beroep en voerde drie grieven aan, waaronder dat de rechtbank ten onrechte oordeelde dat het wijzigen van de schoolkeuze niet in het belang van de dochter was.
Het hof overwoog dat de moeder inmiddels had verklaard akkoord te gaan met het schoolbezoek in de woonplaats van de vader totdat de bodemrechter uitspraak doet. Het hof stelde vast dat de vader geen spoedeisend belang meer had bij de handhaving van de voorziening. Daarom vernietigde het hof het vonnis van de voorzieningenrechter en wees de gevorderde wijziging af. De kosten van beide instanties werden gecompenseerd zodat iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis van de voorzieningenrechter en wijst de gevorderde wijziging van de schoolkeuze en zorgregeling af wegens gebrek aan spoedeisend belang.