ECLI:NL:GHARN:2011:BT2193
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid voor gemeenschapsschuld na ontbinding huwelijksgoederengemeenschap
In deze civiele zaak staat de vraag centraal of geïntimeerde aansprakelijk is voor de helft van een geldlening die appellante aan de ex-partner van geïntimeerde heeft verstrekt tijdens hun huwelijk in algehele gemeenschap van goederen.
De rechtbank wees de vordering van appellante af wegens onvoldoende onderbouwing. Het hof stelt vast dat de leningsovereenkomst tussen appellante en de ex-partner bestaat en dat de schuld een gemeenschapsschuld is, aangezien de lening tijdens het huwelijk is aangegaan en met geleverde gelden bestaande gemeenschapsschulden zijn afgelost.
Geïntimeerde voerde verweer dat zij geen partij was bij de leningsovereenkomst, maar het hof oordeelt dat zij op grond van artikel 1:102 BW Pro hoofdelijk aansprakelijk is voor de helft van de schuld. Het hof veroordeelt geïntimeerde tot betaling van € 11.283,36 plus wettelijke rente vanaf 17 oktober 2008, de datum van verzuim, en veroordeelt haar tevens in de proceskosten.
Uitkomst: Geïntimeerde wordt veroordeeld tot betaling van de helft van de geldlening met wettelijke rente vanaf 17 oktober 2008.