ECLI:NL:GHARN:2011:BR6842
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- J.H. Lieber
- S.M. Evers
- J.G. Luiten
- Rechtspraak.nl
Bevestiging dat erfgename als nabestaande asbestemming mag bepalen
De zaak betreft een geschil over de bestemming van de as van een overledene, waarbij de dochter van de overledene (appellante) vorderde dat zij de asbussen zou ontvangen om de as bij te zetten op het graf van haar moeder. De erfgename en vriendin van de overledene (geïntimeerde) had de crematie opdracht gegeven en wilde de asbestemming bepalen.
De rechtbank wees de vordering van appellante af en het hof bekrachtigde dit vonnis. Het hof oordeelde dat geïntimeerde als enige erfgename en degene die de crematie opdracht gaf, als nabestaande in de zin van de Wet op de lijkbezorging moet worden beschouwd. Het begrip 'nabestaande' is niet beperkt tot bloed- of aanverwanten, maar omvat ook personen met een nauwe persoonlijke betrekking tot de overledene.
Het hof stelde vast dat appellante onvoldoende concrete feiten had aangevoerd om te bewijzen dat de overledene wenste dat zijn as op het graf van zijn moeder zou worden bijgezet. Geïntimeerde dient de asbestemming zorgvuldig en met respect te bepalen, rekening houdend met de belangen van andere nabestaanden. Het hof vond de bijzetting in het columbarium passend en oordeelde dat toestemming van geïntimeerde nodig is voor bijzetting op het graf van de moeder.
Alle grieven van appellante werden verworpen en het hof veroordeelde haar in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat de erfgename als nabestaande de asbestemming mag bepalen en wijst de vordering van de dochter af.