ECLI:NL:GHARN:2011:BR6242
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omgangsregeling na echtscheiding met afwijzing wijzigingsverzoek
De vrouw en de man zijn gescheiden en hebben gezamenlijk het ouderlijk gezag over hun minderjarige kind. Na de echtscheiding is door de rechtbank een omgangsregeling vastgesteld waarbij het kind één weekend per twee weken bij de vader verblijft, met vakanties en feestdagen verdeeld in onderling overleg.
De vrouw vorderde in kort geding een wijziging van deze omgangsregeling, onder meer een bezoekregeling van eenmaal per maand met een neutrale tussenpersoon voor de overdracht. De voorzieningenrechter wees dit verzoek af, behalve de afgifte van het kind aan de vrouw.
In hoger beroep stelde de vrouw dat zich sinds de bodemrechterlijke beschikking van 22 september 2009 zodanige wijzigingen hadden voorgedaan dat een andere beslissing gerechtvaardigd was, onder meer vanwege escalaties en een incident bij overdracht in januari 2011. Het hof oordeelde dat deze incidenten niet wezenlijk verschilden van eerdere problemen en onvoldoende waren onderbouwd om de omgangsregeling te wijzigen.
Het hof bekrachtigde het vonnis van de voorzieningenrechter en wees de grieven van de vrouw af. De man was in hoger beroep niet verschenen, waardoor proceskostenveroordeling achterwege bleef. De zaak is inmiddels opnieuw in behandeling bij de bodemrechter, die zich verder over de omgangsregeling kan uitlaten.
Uitkomst: Het hof bevestigt de omgangsregeling en wijst het verzoek tot wijziging af wegens onvoldoende wijziging van omstandigheden.