ECLI:NL:GHARN:2011:BR4699
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- J.H. Lieber
- B.M. Mens
- A.E.F. Hillen
- Rechtspraak.nl
Verjaring vordering pensioenverrekening bij wettelijk deelgenootschap na echtscheiding
Het geschil betreft de verrekening van ouderdomspensioenrechten die tijdens het huwelijk zijn opgebouwd binnen een wettelijk deelgenootschap, waarbij partijen na echtscheiding geen afspraken maakten over pensioenverdeling.
De rechtbank had de vordering van appellante tot pensioenverrekening afgewezen wegens verjaring. Appellante stelde dat verjaring onaanvaardbaar was vanwege onbekendheid van geïntimeerde met haar aanspraken en het ontbreken van pensioenbesprekingen.
Het hof oordeelde dat de pensioenrechten deel uitmaken van het vermogen dat bij deling moet worden betrokken en dat de wettelijke verjaringstermijn van vijf jaar geldt, ingaande bij het einde van het deelgenootschap. De brief van de pensioenuitvoerder in 1998 was onvoldoende om de verjaring te stuiten.
De stelling dat verjaring onredelijk is, werd verworpen omdat geïntimeerde ontkende op de hoogte te zijn en de brief uitging van een onjuist uitgangspunt. Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en compenseerde de kosten van hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat de vordering tot pensioenverrekening is verjaard en wijst het hoger beroep af.