ECLI:NL:GHARN:2011:BR1279
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep BPM naheffingsaanslag wegens niet-taxi gebruik auto tijdens familievakantie
Belanghebbende exploiteerde een taxionderneming en maakte gebruik van twee personenauto’s waarvoor BPM-teruggaaf was verleend. De Belastingdienst stelde na onderzoek vast dat de auto’s ook werden gebruikt voor privéritten, waaronder vakanties naar Spanje met familieleden die een vergoeding betaalden.
De kern van het geschil was of deze ritten als taxivervoer in de zin van de Wet Personenvervoer 2000 konden worden aangemerkt. De Hoge Raad bepaalde dat niet alleen betaling, maar ook de context en omstandigheden bepalend zijn voor de vraag of sprake is van taxivervoer of privégebruik.
Het Hof concludeerde dat ten minste 50% van de ritten naar Spanje privégebruik betrof, waardoor niet voldaan werd aan het vereiste dat de auto’s geheel of nagenoeg geheel voor taxivervoer worden gebruikt. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat de specifieke situatie niet met de Belastingdienst was besproken. Het Hof vernietigde eerdere uitspraken, matigde de naheffingsaanslag en veroordeelde de Inspecteur tot proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De naheffingsaanslag BPM wordt verminderd omdat de auto’s deels privé zijn gebruikt, waardoor niet voldaan is aan het taxivervoercriterium.