ECLI:NL:GHARN:2011:BR0351
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over gedeeltelijke opzegging aannemingsovereenkomst en terugvordering voorschot
In deze zaak stond de vraag centraal of een aannemingsovereenkomst gedeeltelijk kon worden opgezegd door de opdrachtgever en of de opdrachtgever het betaalde voorschot kon terugvorderen. Visafslag stelde dat sprake was van een gemengde overeenkomst met gedeeltelijke opzegging voor de ijsbunker, terwijl de wederpartij stelde dat de overeenkomst als geheel was geëindigd.
Het hof oordeelde dat de overeenkomst primair een aannemingsovereenkomst betrof en dat Visafslag op grond van artikel 7:764 lid 2 BW Pro bevoegd was de overeenkomst gedeeltelijk op te zeggen, tenzij de prestatie niet deelbaar was of gedeeltelijke opzegging onaanvaardbaar was. De technische en financiële integratie van de ijsproductiemachine en ijsbunker werd door het hof onvoldoende onderbouwd om onsplitsbaarheid aan te nemen.
Verder werd vastgesteld dat de wederpartij de overeenkomst voor het resterende deel onrechtmatig had beëindigd, waardoor het nadeel daarvan voor eigen rekening bleef. De vorderingen van Visafslag tot terugvordering van het voorschot en schadevergoeding werden afgewezen wegens gebrek aan een deugdelijke grondslag. Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en wees alle vorderingen in conventie en reconventie af, waarbij partijen hun eigen proceskosten droegen.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank en wijst alle vorderingen af, waarbij partijen hun eigen proceskosten dragen.