ECLI:NL:GHARN:2011:BQ8701
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beslissing gerechtshof Arnhem over nadere onderzoekswensen forensisch onderzoek Venrayse moordzaak
In het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Roermond heeft het gerechtshof Arnhem op 21 juni 2011 een tussenarrest gewezen over nadere onderzoekswensen van het openbaar ministerie en de verdediging betreffende forensisch DNA-onderzoek.
De advocaat-generaal verzocht om precisering van de onderzoeksopdracht aan het Independent Forensic Services (IFS) en om het beschikbaar stellen van DNA-referentiemonsters van diverse getuigen en betrokkenen voor vergelijkend onderzoek. De verdediging wilde onder meer dat DNA-profielen van een 'onbekende man A' uit de toiletruimte vergeleken werden met sporen op een kinderbedje en een papiertje uit de auto van verdachte.
Het hof wees het verzoek tot vergelijking van DNA-profielen van de 'onbekende man A' met die uit de woning af, omdat er geen aanwijzingen zijn dat de dader(s) in die woning waren. Ook wees het hof verzoeken af die onvoldoende noodzakelijk werden geacht, zoals het toevoegen van volledige DNA-profielen aan het dossier. Wel werd toegewezen dat het IFS mag reageren op een NFI-rapport over nagelvuil en dat de rechter-commissaris moet nagaan of bruikbare DNA-profielen op kleding en sieraden van het slachtoffer zijn aangetroffen en deze vergelijken met databankprofielen.
Het hof formuleerde een precieze onderzoeksopdracht voor het IFS met betrekking tot bloedsporen in het toilet en verzocht de advocaat-generaal om drie weken voor de inhoudelijke behandeling een stand van zaken te rapporteren. De zaak is verwezen naar de rechter-commissaris voor verdere onderzoekshandelingen.
Uitkomst: Het hof wijst verzoeken tot nader DNA-onderzoek deels toe, wijst andere af en preciseert de onderzoeksopdracht aan het IFS.