ECLI:NL:GHARN:2011:BQ5734
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bestuurdersaansprakelijkheid wegens onrechtmatige onttrekking in geconsolideerde jaarrekeningen
In deze civiele procedure stond de vraag centraal of onrechtmatige onttrekkingen van vorderingen uit de geconsolideerde jaarrekeningen van [B.V. S] en [B.V. T], waarvan laatstgenoemde een holding was, hadden plaatsgevonden en of de bestuurders daarvoor aansprakelijk waren.
Het hof onderzocht uitvoerig de jaarrekeningen, getuigenverklaringen en het bewijs van geconsolideerde versus gedeconsolideerde jaarrekeningen. De verklaring van de hoofd administratie dat de deconsolidatie op verzoek van de Belastingdienst plaatsvond, werd met terughoudendheid beoordeeld vanwege het ontbreken van ondersteunende documenten. Het hof concludeerde dat de vorderingen onrechtmatig waren overgeheveld van [B.V. S] naar [B.V. T] vanaf 2000 zonder rechtsgrond.
Ten aanzien van de bestuurdersaansprakelijkheid werd geoordeeld dat [geïntimeerde sub 2] als statutair bestuurder aansprakelijk is omdat zij de onrechtmatige onttrekking heeft bewerkstelligd of toegelaten. Voor [geïntimeerde sub 1] kon niet worden vastgesteld dat hij feitelijk leiding gaf aan de onttrekking, noch dat hij daarvan op de hoogte was of had moeten zijn, zodat zijn aansprakelijkheid werd afgewezen.
De vorderingen van [appellante] werden deels toegewezen, waarbij [geïntimeerde sub 2] werd veroordeeld tot betaling van €107.537,47 vermeerderd met wettelijke rente vanaf 29 mei 2002. De overige vorderingen en grieven werden afgewezen. De kosten van het geding werden verdeeld conform de uitspraak.
Uitkomst: [Geïntimeerde sub 2] is aansprakelijk voor onrechtmatige onttrekking en moet €107.537,47 plus rente betalen; aansprakelijkheid van [geïntimeerde sub 1] wordt afgewezen.