ECLI:NL:GHARN:2011:BQ5199
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen naheffingsaanslag omzetbelasting en boetebeschikking wegens misbruik margeregeling
Belanghebbende exploiteerde een autosloperij en gebruikte de margeregeling voor de omzetbelasting over de jaren 1999 tot en met 2001. De Inspecteur legde een naheffingsaanslag op wegens het gebruik van valse inkoopfacturen van Handelsonderneming B, die valsheid werd bevestigd door strafrechtelijke veroordelingen en een politieonderzoek.
De Rechtbank verklaarde de facturen vals en wees de naheffingsaanslag en boetebeschikking toe, waarbij de boete werd gematigd wegens overschrijding van de redelijke termijn. Belanghebbende stelde beroep in tegen deze besluiten en voerde onder meer schending van de hoorplicht en het gelijkheidsbeginsel aan.
Het Hof oordeelde dat de Inspecteur de motiveringsplicht had vervuld, maar dat de hoorplicht niet naar behoren was nageleefd omdat de Inspecteur voorafgaand aan de hoorzitting had aangegeven weinig kans te zien op een gunstige uitkomst voor belanghebbende. De bewijslastverdeling was correct en de valsheid van de facturen was aannemelijk gemaakt.
Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat de situatie niet vergelijkbaar was met andere gevallen. De boete was terecht opgelegd wegens voorwaardelijk opzet, en de matiging wegens termijnoverschrijding bleef gehandhaafd. De uitspraak op bezwaar werd vernietigd wegens schending van de hoorplicht, maar de naheffingsaanslag bleef in stand.
Het Hof veroordeelde de Inspecteur tot vergoeding van proceskosten en griffierecht en gaf partijen de mogelijkheid tot cassatie.
Uitkomst: De naheffingsaanslag en boetebeschikking worden bevestigd, maar de uitspraak op bezwaar wordt vernietigd wegens schending van de hoorplicht.