ECLI:NL:GHARN:2011:BQ3018
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Uitgangspunten en toewijzing exploitatieschade na onrechtmatig handelen van de Staat
In deze civiele procedure stond de vraag centraal of de Staat onrechtmatig had gehandeld jegens [B] door het niet nakomen van een afspraak over het aantal runderen dat op haar bedrijf zou achterblijven. Het hof oordeelde dat de Staat onrechtmatig had gehandeld en dat aannemelijk was dat 65 runderen naar [B] hadden moeten terugkeren.
De schadevergoeding betrof exploitatieschade die [B] had geleden doordat zij gedurende een beperkte periode deze runderen niet kon exploiteren. Het hof stelde vast dat de taxatiewaarde van de dieren reeds was vergoed en dat een directe vervangende veestapel niet beschikbaar was, waardoor schade aannemelijk werd geacht.
Vanwege onvoldoende gegevens verwees het hof de omvang van de schade naar een schadestaatprocedure. Daarnaast werd [B] veroordeeld tot betaling van schade aan [A] wegens onrechtmatig beslaglegging. De kostenverdeling werd ook vastgesteld, waarbij de Staat en [B] elk in verschillende delen van de procedure in het ongelijk werden gesteld.
Het arrest benadrukt het belang van een zorgvuldige schadestaatprocedure en wijst op de mogelijkheid van een minnelijke regeling om verdere proceskosten te voorkomen.
Uitkomst: De Staat wordt veroordeeld tot vergoeding van exploitatieschade wegens het niet kunnen exploiteren van 65 runderen, nader op te maken bij staat.