ECLI:NL:GHARN:2011:BQ1367
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- K.E. Mollema
- J.H. Kuiper
- R.A. Zuidema
- Rechtspraak.nl
Uitleg verplichtstellingsbeschikking pensioenfonds en verjaring pensioenpremies
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of [appellante], een groothandel in natuursteen, viel onder de verplichtstellingsbeschikking tot deelneming in het pensioenfonds voor de Handel in Bouwmaterialen. [geïntimeerde], voormalig werknemer, vorderde achterstallige pensioenpremies en loonvorderingen gebaseerd op de CAO voor de Handel in Bouwmaterialen.
De rechtbank had geoordeeld dat [appellante] gebonden was aan de CAO alleen voor de perioden waarin deze algemeen verbindend was verklaard en veroordeelde haar tot betaling van een deel van de achterstallige pensioenpremies. In hoger beroep betoogde [appellante] dat zij niet onder de verplichtstelling viel omdat haar omzet natuursteen grotendeels bestemd was voor grafwerk en dat het onderscheid tussen bewerken en verwerken van natuursteen van belang was.
Het hof oordeelde dat het begrip 'verwerken' in de verplichtstellingsbeschikking ook het bewerken omvat, en dat [appellante] onvoldoende had onderbouwd dat haar omzet niet voor ten minste een derde uit bouwmaterialen bestond. Tevens verwierp het hof het beroep op verjaring van de pensioenpremies, omdat de verjaringstermijn volgens artikel 3:310 BW Pro van het Burgerlijk Wetboek loopt en de bekendheid met de schade bepalend is. Het hof bekrachtigde het vonnis, vernietigde de proceskostenveroordeling in eerste aanleg en bepaalde dat partijen elk hun eigen kosten dragen, met een veroordeling van [appellante] in de kosten van hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat [appellante] onder de verplichtstellingsbeschikking valt en wijst het beroep op verjaring af; de vorderingen van [geïntimeerde] worden grotendeels toegewezen.