ECLI:NL:GHARN:2011:BP9066
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- K.E. Mollema
- R.A. Zuidema
- W.A. Zondag
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid werkgever voor seksuele intimidatie en onrechtmatig handelen niet bewezen
De werkneemster was van 2000 tot 2004 werkzaam bij Farm Dairy en vorderde schadevergoeding wegens seksuele intimidatie en een vermeende verkrachting door collega’s tijdens haar dienstverband. Zij stelde dat de werkgever onzorgvuldig had gehandeld door geen of onvoldoende maatregelen te treffen tegen de betrokken collega’s.
De rechtbank wees de vordering af en ook het hof oordeelde dat de werkneemster onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat haar lichamelijke en psychische klachten het gevolg waren van de seksuele intimidatie. De enkele persoonlijke anamnese in medische rapporten volstond niet als bewijs van causaal verband. De vermeende verkrachting werd niet bewezen en betrof een privésituatie waarvoor de werkgever niet aansprakelijk is.
Farm Dairy had adequaat gereageerd op de klacht tegen een collega door hem te berispen en had een klachtenregeling seksuele intimidatie ingevoerd. De stelling dat er een cultuur van seksuele intimidatie binnen het bedrijf zou heersen werd niet onderbouwd. De werkneemster mocht haar vordering niet uitbreiden met een grondslag op risicoaansprakelijkheid omdat dit te laat was ingebracht.
Het hof bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter en veroordeelde de werkneemster in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter en wijst de vorderingen van de werkneemster af wegens onvoldoende bewijs van aansprakelijkheid van de werkgever.