ECLI:NL:GHARN:2011:BP8403
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Hof Arnhem vermindert belastingverhogingen en boete na overschrijding redelijke termijn
Belanghebbende, een schoonmaakbedrijf, kreeg naheffingsaanslagen loonbelasting/premie volksverzekeringen over de jaren 1996 tot en met 1999 opgelegd met verhogingen en een boete. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur deze aanslagen en boetes. Het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch verklaarde het beroep deels gegrond en vernietigde enkele uitspraken van de Inspecteur, waarna zowel belanghebbende als de Staatssecretaris van Financiën cassatie instelden.
De Hoge Raad vernietigde het hofarrest, behalve voor het griffierecht, en verwees de zaak naar het Gerechtshof Arnhem voor hernieuwde beoordeling van de kwijtschelding van de verhogingen en boete. Het Hof Arnhem oordeelde dat de Inspecteur aannemelijk had gemaakt dat de naheffingsaanslagen terecht waren opgelegd en dat de verhogingen en boete passend waren, ondanks toepassing van omkering van de bewijslast.
Het Hof matigde de verhogingen en boete met twintig procent vanwege overschrijding van de redelijke termijn en wees proceskosten toe aan belanghebbende. Het beroep werd gegrond verklaard voor zover het de kwijtschelding van de verhogingen en boete betrof, en de naheffingsaanslagen werden gehandhaafd. De uitspraak werd op 1 maart 2011 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het hof vermindert de verhogingen en boete wegens overschrijding redelijke termijn en verklaart het beroep deels gegrond.