ECLI:NL:GHARN:2011:BP7891
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep wegens niet melden ongebruikelijke transacties en niet vaststellen identiteit cliënt
Het gerechtshof Arnhem heeft op 1 februari 2011 uitspraak gedaan in het hoger beroep tegen een vonnis van de economische politierechter. Verdachte werd beschuldigd van het niet onverwijld melden van ongebruikelijke transacties zoals vereist in de Wet melding ongebruikelijke transacties en het niet op juiste wijze vaststellen van de identiteit van een cliënt volgens de Wet identificatie bij dienstverlening.
De tenlastelegging betrof twee feiten: het niet melden van contante transacties boven €15.000,- met betrekking tot de verkoop van een Ford Windstar en een Bentley, en het niet correct vaststellen van de identiteit van de koper bij de verkoop van de Bentley. Het hof oordeelde dat verdachte deze feiten had begaan en strafbaar was. De verdediging voerde onder meer aan dat niet verdachte maar andere rechtspersonen contractpartners waren en dat de Rabobank verantwoordelijk was voor de meldingsplicht, maar het hof verwierp deze verweren.
Het hof stelde vast dat de procedure onredelijk lang had geduurd, maar dat dit niet leidde tot niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie. Bij de strafoplegging werd dit in aanmerking genomen door een deel van de geldboete voorwaardelijk op te leggen. Uiteindelijk werd verdachte veroordeeld tot een geldboete van €15.000, waarvan €1.000,- voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een geldboete van €15.000, waarvan €1.000 voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.