ECLI:NL:GHARN:2011:BO9696
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen verlening schone lei wegens niet opgegeven bijverdiensten tijdens schuldsanering
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of de schuldenaar, tijdens haar schuldsaneringsregeling, inkomsten had verworven die zij niet aan de bewindvoerder had opgegeven, waardoor zij de schone lei ten onrechte had ontvangen.
De appellant, tevens ex-echtgenoot en grootste schuldeiser, stelde dat de schuldenaar zwart bijverdiende door tegen betaling kunstnagels te plaatsen, hetgeen werd ondersteund door getuigenverklaringen en foto’s die niet waren gemanipuleerd. De rechtbank had echter geoordeeld dat deze tekortkoming onvoldoende was om de schone lei te onthouden.
Het hof oordeelde anders en achtte de verklaringen en bewijsstukken voldoende aannemelijk dat de schuldenaar toerekenbaar tekortgeschoten was in haar verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, het eerdere vonnis vernietigd en vastgesteld dat de schone lei moet worden onthouden.
Daarnaast bepaalde het hof dat de kosten van de bewindvoerder en publicatiekosten opnieuw vastgesteld moeten worden, waarbij de publicatiekosten voor zover niet uit de boedel voldaan kunnen worden, ten laste van de Staat komen.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis en stelt vast dat de schuldenaar toerekenbaar tekortgeschoten is, waardoor haar de schone lei wordt onthouden.