ECLI:NL:GHARN:2010:BU3376
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling contractsoverneming en rechtsverwerking tussen IBZ Groep en LCC
In deze civiele zaak stond centraal of de coöperatie LCC rechtsopvolger was van de eenmanszaken van [A] en [B] en of sprake was van contractsoverneming van overeenkomsten met IBZ Groep B.V. Het hof oordeelde dat LCC onvoldoende had aangetoond dat contractsoverneming had plaatsgevonden conform artikel 6:159 BW Pro, mede omdat de akte van oprichting en concept-overeenkomst dit niet bevestigden. Tevens faalde het beroep van LCC op rechtsverwerking omdat IBZ zich niet zodanig had gedragen dat zij haar verweer zou verliezen.
De vordering van LCC werd afgewezen en het vonnis van de rechtbank Zutphen vernietigd voor zover het in conventie aan LCC toekwam. De vordering van IBZ in reconventie wegens wanprestatie en onrechtmatige daad, gericht op het voor eigen gewin werven van klanten door LCC, werd door het hof bekrachtigd. De door IBZ overgelegde verklaringen waren echter onvoldoende concreet om wanprestatie te bewijzen, maar het betoog van LCC dat klanten al bij een andere intermediair waren ondergebracht, werd niet weersproken.
De kosten van de eerste aanleg in conventie werden aan LCC opgelegd, terwijl de kosten van het hoger beroep werden gecompenseerd. Het arrest werd uitgesproken door het hof Arnhem op 31 augustus 2010.
Uitkomst: De vordering van LCC wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van contractsoverneming; de vordering van IBZ wegens wanprestatie wordt bekrachtigd.