ECLI:NL:GHARN:2010:BP0727

Gerechtshof Arnhem

Datum uitspraak
23 december 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
200.059.962
Instantie
Gerechtshof Arnhem
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:253n BWBurgerlijk Wetboek Boek 1
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Wijziging gezag minderjarige naar vader in het belang van het kind

Het gerechtshof Arnhem heeft op 23 december 2010 in hoger beroep het verzoek van de vader toegewezen om het gezag over zijn minderjarige dochter te wijzigen, zodat hij voortaan alleen met het gezag wordt belast.

De moeder was sinds 2001 afwezig wegens detentie in verband met drugssmokkel, waardoor de vader de dagelijkse verzorging en opvoeding op zich nam. De moeder kon niet instemmen met het hoofdverblijf bij de vader en was betrokken bij meerdere juridische procedures. Het hof constateerde dat de moeder het belang van het kind uit het oog had verloren, onder meer door inadequate reacties op zorgmeldingen en het niet serieus nemen van signalen van mogelijk seksueel misbruik.

De minderjarige vertoonde ernstige gedragsproblemen en traumatisering, en de communicatieproblemen tussen de ouders leidden tot onaanvaardbare risico's voor het kind. Het hof oordeelde dat het in het belang van het kind was dat het gezag uitsluitend aan de vader toekomt, en vernietigde de eerdere beschikking die het gezamenlijke gezag bepaalde.

Uitkomst: Het gezag over de minderjarige wordt gewijzigd en komt voortaan uitsluitend toe aan de vader.

Uitspraak

Beschikking d.d. 23 december 2010
Zaaknummer 200.059.962
HET GERECHTSHOF ARNHEM
Nevenzittingsplaats Leeuwarden
Beschikking in de zaak van
[naam],
wonende te [woonplaats],
appellant,
hierna te noemen: de vader,
advocaat mr. V.G.J. van Veenendaal-Stolk, kantoorhoudende te Almere,
tegen
[naam],
wonende te [woonplaats],
geïntimeerde,
hierna te noemen: de moeder,
advocaat mr. H. Gase, kantoorhoudende te Almere,
Belanghebbende:
Bureau Jeugdzorg Flevoland,
gevestigd te Almere,
hierna te noemen: BJZ.
Het geding in eerste aanleg
Bij beschikking van 21 december 2009 heeft de rechtbank Zwolle-Lelystad, locatie Lelystad, het verzoek van de vader tot wijziging van de beschikking van 14 juli 2008 van die rechtbank in die zin dat hij voortaan alleen met het gezag over de minderjarige [naam kind], geboren op [1999] te [plaats] zal zijn belast, afgewezen.
Het geding in hoger beroep
Bij beroepschrift, binnengekomen bij de griffie op 15 maart 2010, heeft de vader verzocht de beschikking van 21 december 2009 te vernietigen en opnieuw beslissende zijn verzoek alsnog toe te wijzen.
Bij verweerschrift, binnengekomen bij de griffie op 23 april 2010, heeft de moeder het verzoek bestreden en verzocht, uitvoerbaar bij voorraad, de man niet-ontvankelijk te verklaren in zijn appel, althans het appel af te wijzen en de bestreden beschikking te bekrachtigen.
Hoewel daartoe in de gelegenheid gesteld, heeft BJZ geen verweerschrift ingediend.
Het hof heeft tevens kennisgenomen van een brief van 19 maart 2010 met bijlagen en een brief van 10 september 2010 met bijlagen, beide van mr. Veenendaal-Stolk, en een brief van 28 april 2010 van BJZ.
Ter zitting van 2 november 2010 is de zaak behandeld. Verschenen zijn de vader en de moeder en hun advocaten.
BJZ is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet ter zitting verschenen.
De beoordeling
De vaststaande feiten
1. Uit de affectieve relatie tussen de vader en de moeder is [kind] geboren.
2. Bij beschikking van 14 juli 2008 van de rechtbank Zwolle-Lelystad, locatie Lelystad, is aan de vader vervangende toestemming tot erkenning van [kind] verleend en is bepaald dat hij met ingang van de datum van de erkenning gezamenlijk met de moeder met het gezag over [kind] zal zijn belast. De erkenning van [kind] door de vader heeft plaatsgevonden op [2009].
3. Bij verzoekschrift van 7 augustus 2009 heeft de vader een verzoek tot wijziging van het gezag over [kind] gedaan.
4. Bij de bestreden beschikking is dit verzoek afgewezen.
Het gezag
5. In hoger beroep moet de vraag worden beantwoord of het in het belang van [kind] is dat het gezag over haar wordt gewijzigd en voortaan niet meer aan haar beide ouders maar alleen aan haar vader toekomt.
6. Het hof overweegt op grond van de stukken en de behandeling ter zitting het volgende. De moeder is in 2001 uit het gezin vertrokken en heeft [kind] bij haar vader achtergelaten. Kort daarop is de moeder in Engeland aangehouden en veroordeeld wegens drugssmokkel ter zake waarvan zij in de periode van 2001 tot 2007 gedetineerd is geweest, eerst in Engeland en later in Nederland waarbij zij in de laatste fase een penitentiair programma volgde. Als gevolg hiervan heeft de vader sinds 2001 zorggedragen voor de dagelijkse verzorging en opvoeding van [kind]. Weliswaar heeft de moeder aangevoerd dat zij [kind] altijd zelf heeft willen opvoeden en dat het niet haar keus was om [kind] bij haar vader achter te laten, maar dit maakt de feitelijke gang van zaken niet anders.
7. Uit de stukken en de behandeling ter zitting is het hof verder gebleken dat de moeder er niet mee kan instemmen dat het hoofdverblijf en daarmee de dagelijkse verzorging en opvoeding van [kind] bij haar vader is bepaald. De moeder is van mening dat zij niet de ruimte krijgt om haar moederrol ten opzichte van [kind] te vervullen en dat het niet in het belang is van [kind] dat zij bij haar vader woont. Door deze opvatting van de moeder zijn de ouders in tal van juridische procedures verwikkeld.
8. Het hof is van oordeel dat de moeder in haar strijd het belang van [kind] uit het oog is verloren. Het hof neemt daarbij het volgende in aanmerking. De moeder heeft bij het einde van haar detentie in 2006 in kort geding onmiddellijke afgifte van [kind] aan haar gevorderd. Dit, terwijl [kind] tot dat moment steeds bij de vader had gewoond, er nog slechts beperkt contact was geweest tussen de moeder en [kind] en het de vraag was of het in het belang van [kind] was om van het ene op het andere moment uit haar vertrouwde omgeving te worden gehaald. Vervolgens heeft de moeder aan haar toenmalige partner, [naam] toestemming tot erkenning van [kind] verleend, hetgeen - gelet op het onder 6 overwogene - in die situatie niet in het belang was van [kind]. Na de beschikking van 14 juli 2008 heeft de moeder in maart 2009 naar het oordeel van het hof volstrekt inadequaat gereageerd op de zorgmelding van het AMK betreffende mogelijk seksueel misbruik dan wel een risico daarop van [kind] door een toenmalige buurman van de moeder. De moeder heeft de meldingen vanuit de hulpverlening en de signalen van [kind] hieromtrent in het geheel niet serieus genomen en heeft deze genegeerd, waardoor [kind] tijdens de omgang bij de moeder onvoldoende beschermd is geweest tegen een voor haar gevaarlijke situatie. Ook heeft de moeder toen geweigerd persoonlijke en verblijfsgegevens van [kind] aan het AMK te verstrekken. Tevens heeft de moeder geweigerd om mee te werken aan het verkrijgen van een paspoort voor [kind] waardoor via een gerechtelijke procedure vervangende toestemming moest worden verleend.
9. Sinds 4 september 2007 staat [kind] onder toezicht van BJZ. Er zijn ernstige gedragsproblemen bij haar geconstateerd evenals tekenen van traumatisering. De strijd tussen de ouders heeft zijn weerslag op haar. Tevens toont [kind] ernstige weerstand ten aanzien van haar moeder. Nader onderzoek en behandeling zijn nodig. Eerst is er echter rust nodig voor [kind] zodat zij kan herstellen en zich weer veilig kan voelen.
10. Het hof overweegt dat naar is te voorzien in de nabije toekomst meerdere belangrijke beslissingen met betrekking tot [kind] moeten worden genomen die bepalend zijn voor haar verdere ontwikkeling, zoals de schoolkeuze en verder onderzoek en behandeling. Tegelijkertijd zijn er ernstige communicatieproblemen tussen de ouders die naar het oordeel van het hof niet binnen afzienbare tijd aanmerkelijk zullen zijn verbeterd. De ondertoezichtstelling van [kind] heeft op dit punt evenmin verbetering gebracht. Gelet op de zorgelijke situatie van [kind] acht het hof het onverantwoord om haar bloot te stellen aan verdere psychische belasting. Het hof is van oordeel dat indien de ouders gezamenlijk beslissingen moeten nemen er een onaanvaardbaar risico bestaat dat [kind] daarbij klem en verloren zal raken. Het hof is daarom van oordeel dat het in het belang is van [kind] dat het gezag voortaan alleen bij haar vader berust. Het hof acht wijziging van het gezag ook overigens in het belang van [kind] noodzakelijk aangezien de moeder, gelet op hetgeen hiervoor onder 8 is overwogen, naar het oordeel van het hof niet in staat is gebleken het belang van [kind] voldoende in het oog te houden, althans te laten prevaleren boven haar eigen belang.
De slotsom
11. Op grond van het voorgaande dient de beschikking waarvan beroep te worden vernietigd. Er zal opnieuw worden beslist als na te melden.
De beslissing
Het gerechtshof:
vernietigt de beschikking waarvan beroep;
en opnieuw beslissende:
wijzigt de beslissing van 14 juli 2008 van de rechtbank Zwolle-Lelystad, locatie Lelystad, en bepaalt dat het gezag over de minderjarige [naam kind] geboren op [1999] te [plaats], voortaan aan de vader toekomt;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mrs. A.H. Garos, voorzitter, G.M. van der Meer, en H.J. de Ruijter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit hof van
23 december 2010 in bijzijn van de griffier.