ECLI:NL:GHARN:2010:BO9574
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake navorderingsaanslagen en terbeschikkingstelling werkruimte DGA
Belanghebbende, enig aandeelhouder van X BV, stelde werkruimte in zijn woning en een perceel grond ter beschikking aan zijn vennootschap. De Inspecteur legde navorderingsaanslagen op over de jaren 2002 en 2003 wegens het niet aangeven van opbrengsten uit deze terbeschikkingstelling. De rechtbank had de navorderingsaanslag 2002 verminderd, maar het hof vernietigt deze uitspraak en bevestigt de aanslagen voor het overige.
Het hof oordeelt dat de Inspecteur terecht uitging van een nieuw feit voor navordering, omdat uit de aangiften bleek dat wel kosten maar geen opbrengsten waren aangegeven, terwijl de terbeschikkingstelling feitelijk later begon. De kantoorruimten in de woning worden als een fysiek zelfstandig deel aangemerkt, waardoor de terbeschikkingstellingsregeling van toepassing is.
Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt, omdat geen concrete gedragslijn van de Inspecteur bestond die vertrouwen kon wekken. Ook het hoger beroep tegen de heffingsrente wordt ongegrond verklaard. Het hof bevestigt de navorderingsaanslagen en vernietigt de uitspraak van de rechtbank voor zover deze betrekking heeft op de navorderingsaanslag 2002.
Uitkomst: Het hof verklaart het hoger beroep van belanghebbende ongegrond en bevestigt de navorderingsaanslagen over 2002 en 2003.