ECLI:NL:GHARN:2010:BO5123
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging heffingsrente beschikking na verwijzing Hoge Raad
Belanghebbende kreeg voor het jaar 2003 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd met een heffingsrente van €485. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur de heffingsrente, maar de rechtbank Breda vernietigde deze beschikking in 2007. De Inspecteur ging in hoger beroep bij het gerechtshof 's-Hertogenbosch, dat de heffingsrente verminderde tot €204.
De Hoge Raad verklaarde in maart 2010 zowel het cassatieberoep van belanghebbende als van de staatssecretaris gegrond en verwees de zaak terug naar het Gerechtshof Arnhem. Het geschil betrof de vraag of het tijdsverloop tussen aangifte en aanslag aanleiding gaf tot verdere verlaging van de heffingsrente.
Het Hof stelde dat de Hoge Raad het arrest van het hof 's-Hertogenbosch had vernietigd en oordeelde dat de heffingsrente verminderd moest worden tot €307, conform het beleid dat een voorlopige aanslag binnen drie maanden na aangifte moet worden opgelegd om heffingsrente te beperken. De Inspecteur nam dit standpunt over. Het Hof bevestigde de uitspraak van de rechtbank en veroordeelde de Inspecteur tot vergoeding van proceskosten van €147.
De uitspraak werd zonder mondelinge behandeling gedaan en partijen werden gewezen op de mogelijkheid tot cassatieberoep bij de Hoge Raad binnen zes weken na verzending van het vonnis.
Uitkomst: Het Gerechtshof Arnhem bevestigt de vernietiging van de heffingsrente beschikking en veroordeelt de Inspecteur tot betaling van proceskosten.