ECLI:NL:GHARN:2010:BO5116
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring hoger beroep tegen navorderingsaanslagen inkomstenbelasting wegens ontzenuwing bewijsvermoeden
Belanghebbende werd geconfronteerd met navorderingsaanslagen inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (IB/PVV) over de jaren 1998, 1999 en een aanslag over 2001. De Inspecteur stelde dat belanghebbende inkomsten uit niet in dienstbetrekking verrichte werkzaamheden had genoten, onder meer gebaseerd op een vermoeden van grote uitgaven en mogelijke betrokkenheid bij drugshandel. Belanghebbende voerde aan dat hij buitenlands belastingplichtige was en beschikte over een groot bedrag dat hij van een kennis had ontvangen, waarmee hij zijn uitgaven kon verklaren.
De Rechtbank had de navorderingsaanslagen verminderd en boetebeschikkingen vernietigd, maar het Hof vernietigt de uitspraak van de Rechtbank en verklaart het beroep gegrond. Het Hof gaat ervan uit dat belanghebbende in Nederland woonde, maar erkent tevens dat hij ook inwoner van Curaçao kan zijn geweest. Het bewijsvermoeden van de Inspecteur wordt ontzenuwd doordat belanghebbende aannemelijk heeft gemaakt dat zijn uitgaven uit eerder verkregen gelden zijn gedaan. De Inspecteur heeft niet aannemelijk gemaakt dat de uitgaven uit belastbare inkomsten afkomstig waren.
Het Hof vernietigt de navorderingsaanslagen 1998 en 1999, vermindert de aanslag 2001 tot nihil en vernietigt de beschikkingen heffingsrente. Tevens veroordeelt het Hof de Inspecteur in de proceskosten van belanghebbende en gelast vergoeding van griffierechten. De uitspraak is gedaan door het Gerechtshof Arnhem op 9 november 2010.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, navorderingsaanslagen 1998 en 1999 worden vernietigd en aanslag 2001 verminderd tot nihil.