ECLI:NL:GHARN:2010:BO4122
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- M.A.F. Cools-Weebers
- M.L.H.E. Roessingh-Bakels
- B.W.M. Hendriks
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken bewijs trachten te bewegen tot drugshandel
In deze strafzaak stond verdachte terecht voor het trachten te bewegen van een ander om een drugshandel gerelateerd feit te plegen, namelijk het voorbereiden en bevorderen van het vervoer van circa 360 kilogram cocaïne in een container. De zaak betrof een container die van Antwerpen naar Nederland werd vervoerd en waarin cocaïne was aangetroffen.
De rechtbank had verdachte eerder veroordeeld, maar het hof vernietigde dit vonnis omdat het tot een andere bewijsbeslissing kwam. Het hof oordeelde dat er onvoldoende bewijs was dat verdachte daadwerkelijk een ander heeft getracht te bewegen zoals in de tenlastelegging stond. Hoewel verdachte zich meerdere malen in de nabijheid van de container bevond en er communicatie was met medeverdachten, ontbrak het bewijs voor het specifieke delict van trachten te bewegen.
Verdachte voerde aan dat hij zich in de omgeving bevond vanwege het kopen van tegels voor de tuin van zijn schoondochter en dat sms-berichten en telefoonnummers mogelijk waren verwisseld. Het hof achtte deze verklaringen ongeloofwaardig, maar dit was onvoldoende om tot een veroordeling te komen. Het hof sprak verdachte vrij van het ten laste gelegde en vernietigde het eerdere vonnis.
Het hof benadrukte dat het niet relevant was of verdachte wist van de aanwezigheid van cocaïne, aangezien het bewijs voor het trachten te bewegen ontbrak. Ook was onvoldoende vastgesteld dat verdachte concrete wetenschap had van harddrugs in de container, wat een essentieel element is voor strafbaarheid onder artikel 10a van de Opiumwet.
De uitspraak werd gedaan na behandeling van het hoger beroep en het hof deed recht op 16 november 2010.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat hij een ander heeft trachten te bewegen tot drugshandel.