ECLI:NL:GHARN:2010:BO3609
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verplichte oproeping van voorgestelde medepachters bij medepachtvordering
In deze zaak stond de vraag centraal of voorgestelde medepachters bij een vordering tot aanmerking als medepachter op grond van artikel 7:364 BW Pro zelf partij kunnen worden of dat zij door de pachter moeten worden opgeroepen. Het hof bevestigde dat alleen de pachter een dergelijke vordering kan instellen en dat voorgestelde medepachters zich aan de zijde van de pachter kunnen voegen, maar niet zelfstandig kunnen optreden.
Het hof benadrukte dat de voorgestelde medepachter de mogelijkheid moet krijgen om zijn standpunt aan de rechter kenbaar te maken en daarom zelf partij moet zijn in het geding. Dit betekent dat de pachter verplicht is om de voorgestelde medepachters tijdig op te roepen conform artikel 118 Rv Pro.
Het hof beval de appellant om alsnog zorg te dragen voor deze oproeping en gelastte een comparitie van partijen om te bezien of een minnelijke regeling mogelijk is. Tevens werden nadere procesafspraken gemaakt over de voortzetting van de procedure en het indienen van stukken.
Uitkomst: De pachter moet de voorgestelde medepachters tijdig oproepen en de procedure wordt voortgezet met een comparitie van partijen.