ECLI:NL:GHARN:2010:BO0155
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Incident tot oproeping geëxecuteerde en akte niet-dienen memorie van grieven in hoger beroep
In deze civiele zaak in hoger beroep bij het Gerechtshof Arnhem hebben appellanten een incidentele vordering ingesteld tot oproeping van een geëxecuteerde partij. De Ontvanger van de Belastingdienst had appellanten peremptoir en akte niet dienen aangezegd voor het niet tijdig nemen van een memorie van grieven, conform artikel 2.14 van het Landelijk procesreglement.
Appellanten namen op de rol van 27 juli 2010 een memorie tot incidentele vordering tot oproeping geëxecuteerde. Het hof constateert dat het belang van appellanten bij deze vordering afhangt van hun ontvankelijkheid in de hoofdzaak, die mede bepaald wordt door de beslissing op het verzoek van de Ontvanger om akte niet-dienen te verlenen.
Het hof besluit dat de aard van de incidentele vordering geen schorsing van de hoofdzaak rechtvaardigt en houdt daarom iedere verdere beslissing in het incident aan. De hoofdzaak wordt verwezen naar de rol van 19 oktober 2010 voor een beslissing op het verzoek om akte niet-dienen memorie van grieven. Dit arrest is gewezen door mrs. A. Smeeïng-van Hees, A.A. van Rossum en F.W.J. Meijer en in het openbaar uitgesproken op 12 oktober 2010.
Uitkomst: Het hof houdt de beslissing in het incident aan en verwijst de hoofdzaak naar de rol voor een beslissing op het verzoek om akte niet-dienen memorie van grieven.