ECLI:NL:HR:2012:BW4008
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- J.C. van Oven
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- C.E. Drion
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van incidentele vordering tot oproeping geëxecuteerde in verklaringsprocedure
In deze zaak staat centraal de vraag of een incidentele vordering tot oproeping van een geëxecuteerde in een verklaringsprocedure op grond van art. 477a Rv eerst en vooraf moet worden behandeld en beslist volgens art. 209 Rv Pro. De Ontvanger had executoriaal derdenbeslag gelegd onder eiseressen, die verklaarden niets verschuldigd te zijn aan de geëxecuteerde Masterflex Ltd. Hierop startte de Ontvanger een verklaringsprocedure.
Eiseressen stelden een incidentele vordering tot oproeping van Masterflex als partij in het geding, welke het hof niet eerst en vooraf behandelde, maar aanhield. Het hof verklaarde vervolgens het hoger beroep van eiseressen niet-ontvankelijk wegens het niet tijdig indienen van grieven.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof de maatstaf van art. 209 Rv Pro correct heeft toegepast: de aard van de vordering tot oproeping van de geëxecuteerde vereist geen voorafgaande beslissing omdat de derde-beslagene zonder verlof bevoegd is tot oproeping. Tevens is geoordeeld dat de memorie tot incidentele vordering niet als appelgrieven kon worden uitgelegd. Het cassatieberoep wordt verworpen en eiseressen worden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiseressen wordt verworpen en zij worden veroordeeld in de proceskosten.