ECLI:NL:GHARN:2010:BN5137
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging aanslag verontreinigingsheffing na geschil over correctieregeling vervuilingswaarde
Belanghebbende, een bedrijf gevestigd te Z, kreeg voor het jaar 2004 een aanslag verontreinigingsheffing opgelegd door het waterschap Zuiderzeeland, gebaseerd op de lozing van afvalstoffen vanuit twee bedrijfsonderdelen. Na bezwaar werd de aanslag verminderd, maar de rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond.
In hoger beroep stond centraal of de correctieregeling uit de beleidsregels van het waterschap, die een aanpassing van de vervuilingswaarde mogelijk maakt bij aantoonbare niet-lozing van ingenomen water, van toepassing was. Belanghebbende stelde dat de Ambtenaar een te hoog volume ingenomen water hanteerde, onder meer omdat een deel niet zou zijn geloosd. De Ambtenaar stelde dat de gebruikte gegevens betrouwbaarder waren en dat belanghebbende onvoldoende bewijs had geleverd.
Het hof oordeelde dat belanghebbende de bewijslast niet had voldaan en dat de Ambtenaar aannemelijk had gemaakt dat de correctieregeling niet van toepassing was. De gegevens van belanghebbende waren onbetrouwbaar en het afvalwateronderzoek uit 2005 was relevant en vergelijkbaar met 2004. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aanslag verontreinigingsheffing blijft gehandhaafd.